Toen werd hij nog Belgische Vechter genoemd...

Het Belgisch vechthoen is een echt vlaamsch ras. Het is een prachtige vogel die uit oorzake van zijn te hevig oploopend karakter, nooit met de andere vogels in vrede zal leven.

• Beschrijving:

Kleinen kop met sterken bek; kleinen drierijigen kam; roode oor- en kinlellen; frank en stout gezicht; vlamrooden hals; krachtig en zwaar lijf op hooge, donkerblauwe pooten die van sterke lange sporen voorzien zijn. Zijn pluimen die tegen het lichaam gestreken liggen, zijn nu eens zwart, soms ook lichtblauw of rood. De volwassen haan weegt tot 5 kg. En lever een fijn vleesch. De hen is een redelijke goede legster; zij legt een honderdtal eiers per jaar, broedt zeer gaarne, doch gewoonlijk slecht.

Standaard van het ras: Belgische Vechter.

• Algemeen voorkomen: Zeer groot, statig en forsch hoen met drierijigen kam (dikwijls enkel) gewoonlijk afgesneden evenals de kinlellen, met donkerblauwe sterke loopbeenen, en gebogen nek.

• Kam: Drierijig (dikwijls enkel), purperrood.

• Kop: Groot, wenkbrauwboog duidelijk uitkomend.

• Oog: Donkerbruin.

• Kinlellen: Kort, donkerrood, bij de hen zwartachtig.

• Oorlellen: Zwartachtig rood, weinig ontwikkeld, afhangend.

• Omvang: Zeer groot.

• Borst: Tamelijk diep en lang.

• Grootte, breedte: Hoog op de pooten zonder overdrijving met lang lichaam en breede schouders.

• Gebeente: Sterk.

• Staart: Nog al ontwikkeld, half-horizontaal.

• Loopbeenen en nagels: Dik, sterk; sterke en lange teenen van donkerblauwe kleur; hoornkleurige nagels en de punten der sporen zeer sterk; sporen bij de hen.

• Leg: Tamelijk goed.

• Eieren: 80 tot 120 eieren per jaar, van 65 tot 80 gr.

• Broeden: Broedt nog al dikwijls, soms onbehendig.

• Hoedanigheid van het vleesch: Zeer fijn.

• Kleur van het vleesch: Wit, soms een weinig blauwachtig.

• Gevederte: Zeer verschillend, dikwijls kakelbont.

• Gewicht: Haan: 3,5 tot 5 kg.; hen: 3 tot 4 kg.

• Kloekte: Tamelijk moeilijk op de kweeken.

• Hoedanigheden: Zeer aanbevolen, zooals zijn naam het aanduidt, om te vechten; brengt goede tafelkiekens voort; buitengewoon goed om kruisingen te bewerken tot de productie van tafelkiekens.

bron: Practische Handleiding over De Belgische Neerhofvogels (Hoenders - Duiven - Eenden - Ganzen - Kalkoenen) en De vreemde nutrassen, door Frans en Albert Van Hout (1912)